Per 2 augustus 2026 treedt de EU AI Act in werking voor spraak-AI-systemen. Bij overtreding riskeren organisaties boetes tot €35 miljoen of 7% van de wereldwijde omzet. VoiceLabs analyseerde drie gebieden waar de wet onduidelijk blijft en waar organisaties nu al keuzes moeten maken.

1. Identificatieplicht Artikel 50 verplicht spraak-AI-systemen zichzelf te identificeren aan het begin van een gesprek — tenzij dat “evident is uit de context.” Wat dat precies betekent voor IVR-menu’s en chatbots is niet uitgewerkt. Juridisch adviseurs raden steeds vaker aan om bij ieder gesprek expliciet te vermelden dat een AI-systeem spreekt, ongeacht eerdere meldingen.

2. Sentimentanalyse van klanten Emotieherkenning bij medewerkers is al verboden sinds februari 2025. Maar de wet zwijgt over het analyseren van klantemotie. Het routeren van gesprekken op basis van toon (zonder emotielabels toe te kennen) lijkt juridisch veiliger dan actieve gedragssturing op basis van gemoedstoestand.

3. Aansprakelijkheid bij white-label Wie is verantwoordelijk als een bedrijf een AI-spraaksysteem van een leverancier inkoopt en aanpast? Deployers die systemen substantieel wijzigen kunnen juridisch zelf als “provider” worden aangemerkt, met alle bijbehorende verplichtingen: EU-databaseregistratie en CE-markering.

De wet geldt ook voor Nederlandse organisaties. Nederlandse toezichthouders zijn naar verwachting pas operationeel in het vierde kwartaal van 2026.

Lees de volledige analyse op VoiceLabs.nl.